De meeste jongeren worden op jonge leeftijd al geconfronteerd met lastige keuzes. Eén van de meest lastige keuzes is welke richting je op wil gaan met je studie. Op jonge leeftijd kies je al welke weg je wil bewandelen als het aankomt op je carrière. Geen gemakkelijke keuze, ook niet voor mij.

Toen ik als bevlogen 20 jarige begon aan mijn studie Bestuurskunde en Overheidsmanagement, had ik geen idee dat ik na vier jaar mijn carrière wilde toewijden aan de zorgsector. Dat mijn voorkeur binnen de zorgsector zou uitgaan naar de ouderenzorg, dat zou ik als 20 jarige al helemaal niet hebben zien aankomen. De vraag die veel leeftijdsgenoten mij tegenwoordig stellen ( “Je bent zo jong, waarom vind je de ouderenzorg zo interessant?”) zou de 20 jarige mij ook hebben kunnen gesteld.

Ongeveer tegelijk met het opstarten van mijn studie, kwam ik er achter dat een extra zakcentje als student zijnde best handig is. Logischerwijze ben ik daarom op zoek gegaan naar een bijbaantje. Het eerste en beste bijbaantje dat ik kon bemachtigen, was dat van interieurverzorger voor een zorginstelling. Het verdiende prima, de werktijden waren goed en het werk was makkelijk te combineren met mijn studie. Heel veel meer dan dat heb je als student niet nodig. Na een tijdje interieurverzorger te zijn geweest bij deze organisatie, en ondertussen er ook een tijdje tussenuit te zijn geweest, werd mij bij mijn tweede sollicitatiegesprek bij deze organisatie gevraagd of ik een wat grotere uitdaging wilde aangaan. Ze zochten namelijk nog Woonassistenten. Als student ging mijn eerste gedachte natuurlijk meteen uit naar het salaris. En wat bleek? Deze functie betaalde beter. Dus ja, ik was bereid een grotere uitdaging aan te gaan.

Ik herinner mij mijn eerste dienst als Woonassistent nog goed. Volledig onvoorbereid ging ik mijn eerste dienst in. Geen idee wat mij te wachten stond (vooral omdat ik dacht dat het allemaal wel mee zou vallen). Meevallen deed het niet. De vier uur duurde lang, waren zwaar, intensief en uitputtend. Ik was amper bekend met de doelgroep en dus ook niet met de manier waarop je met dementerende ouderen moest communiceren. Toen ik thuis kwam had ik mij meerdere keren afgevraagd of ik toch niet gewoon moest gaan schoonmaken, dat was immers makkelijker. Ik besloot echter om toch door te gaan. Andere konden het, dus ik vond dat ik het ook moest kunnen.

Naarmate de tijd vorderde kreeg ik ‘handigheid’ in mijn werk en begon ik de bewoners te leren kennen. Met de doelgroep leren communiceren kostte tijd en veel moeite. Datzelfde gelde voor het helpen in de verzorging en het bijhouden van de huidhouding op de afdeling.
Veel mensen lijkt het werk in de ouderenzorg saai. Het tegenovergestelde is echter waar. Als jongere kan je enorm veel leren van de oudere generatie. Veel van de gesprekken die ik met mijn cliënten (ik refereer nog steeds het liefst naar ze als mijn opa’s en oma’s) hield staan mij nog steeds bij.

Ik zal niet door alle leuke, minder-leuke en vreemde  verhalen gaan die ik heb meegemaakt, dat waren er te veel. Maar langzaam maar zeker hebben mijn cliënten mijn hart verovert. Mijn werk veranderde in mijn hobby. Zorg dragen voor een hardwerkende generatie die niet meer voor zichzelf kon zorgen heeft niet slechts mijn carriérekeuze beïnvloedt. Ik geloof (en hoop) dat het mij op persoonlijk vlak ook veel heeft geleerd.

Ik begon mijn blog met de veelgestelde vraag die velen van ons vrij regelmatig zullen krijgen; “Je bent zo jong, waarom vind je de ouderenzorg zo interessant?”. Een veel gestelde vraag die voor mij, door mijn ervaring van de afgelopen jaren, absoluut niet moeilijk is om te beantwoorden.